Gietmodellen
Inleiding
Tot de methoden waartoe wij ons bij het emailleren aangetrokken voelen behoren de cloisonné- en de champlevé-techniek. Beide leveren technische problemen op.
Bij de cloisonné-techniek bogen wij lijnstukjes van 0,4 mm dik zilver, die gebed in een fondant emaille aan elkaar werden gepast zodat de gewenste voorstelling ontstaat. Dit werd vervolgens in de oven gebrand om de draad te fixeren. Vaak viel het resultaat wat tegen doordat het zilverdraad verschuift tijdens het proces in de oven, zodat de voorstelling niet strak genoeg meer is; ook kan, doordat de cloisons niet meer gesloten zijn, kleurmenging van het emaille tussen cloisons optreden.
Het uitsteken van een zilverplaatje ten behoeve van de champlevé-techniek is zwaar en tijdrovend werk; ook is het moeilijk om strakke randen te maken. Het voldoende diep etsen van zilverplaat levert ook moeilijkheden op ten aanzien van strakke randen, want cloisons worden ondergraven.
Om beide redenen hebben we ons verdiept in mogelijkheden om via het gieten van zilver deze twee problemen op te lossen. Voorwaarde is dat plaatjes kunnen worden gegoten met een dikte van minder dan 1 mm en daarop dunne cloisons, of iets dikkere plaatjes met holten met steile wanden ten behoeve van de champlevé-techniek. Door ons te verdiepen in materialen die op grote schaal in de grafische industrie worden toegepast hebben we een oplossing gevonden voor het maken van modellen. We gebruiken hiervoor de Delftse Gietmethode®, die pas tot goede resultaten leidt als je je rekenschap geeft van de factoren die van invloed zijn op het succesvol gieten van zulke dunne plaatjes.
In principe kan elke zwart-wit lijntekening het uitgangspunt vormen. Wij zijn gewend tekeningen via de computer te ontwerpen; dit maakt het ook gemakkelijk om een negatief te maken (nodig voor het procédé) en dit evt. te spiegelen, en bovendien uit te zoeken welke lijndikte nog tot goede resultaten leidde in het gegoten product.
Gebruikte materialen
- Computer, grafische programma's: CorelDraw® of Adobe® Illustrator®, Adobe® Photoshop®
- Epson Stylus Color 800 printer
- Océ InkJet Overheadfilm IJ130 (Art. 99896154)
- Model Master® UV belichtingskastje
- Jet® UV-gevoelige polymeerplaat - wij gebruiken LSL-148-SB SH Staal, te verkrijgen via Jet Europe, Zeewolde)
- Water
- Zachtharige borstel, penseel
- Dubbelklevende band, acetaatvel, schaar
- Talkpoeder
- Delftse Gietmethode® (gietaarde en gietringen)
- IJzeren liniaal, hamer met plat vlak
- Zilver, borax, gietbakje met houder
- Propaangas en brander
Vereiste vaardigheden
- Omgaan met computers en grafische programma's
- Goede giettechniek
Lijndikte voor cloisons
Wij hebben gewerkt met CorelDraw!® en Adobe® Illustrator®; sommige opmerkingen zijn specifiek voor deze pakketten.
![]() |
| Figuur 8 - Negatief gebruikt om een model van te maken voor champlevé-werk. |
Bij het maken van lijnfiguren kunnen boogvormige lijnen worden vervormd in die zin, dat de dikte afhankelijk is van eventuele bochten die worden gemaakt: het calligrafisch effect dat aan de lijn wordt meegegeven. Dit is op het beeldscherm vaak vrijwel niet te zien. Ook in gedrukte afbeeldingen kan het verschil in lijndikte soms met moeite worden gezien. Bij het belichten van de polymeerplaat wordt het verschil echter wel overgebracht. Het leidt er toe, dat bij het uitwassen van de fotopolymeer iets van de dunne top van de lijn mee wordt uitgewassen. Voor cloisonné werk betekent dit, dat het cloison plaatselijk niet hoog genoeg is. Het probleem is te voorkomen door te werken met de “Freehand tool” (CorelDraw!) of “Pencil tool” (Adobe Illustrator) met vaste lijndikte. Hebt u een tekening gemaakt waarin dit calligrafisch effect aanwezig is, dan is het op te heffen door lange min or meer circulair verlopende lijnfiguren, zoals de contour van een bloem, in kleinere lijnstukjes op te breken. Alle lijnstukjes dienen dan dezelfde lijneigenschappen te krijgen: zelfde lijndikte. Het definiëren van een bepaalde lijndikte houdt niet in, dat u dezelfde lijndikte in de polymeer terugkrijgt. Die laatste wordt mee bepaald door de duur van de belichting, de wijze van uitwassen van de polymeer, hoe goed het negatief beeld contact maakt met de de fotopolymeer, en door strooistraling (zie hieronder). Sommigen laten de lijndikte automatisch aanpassen als de afbeelding wordt vergroot of verkleind. Wij schakelen deze instelling meestal uit, omdat het gewoonlijk alleen maar tot problemen leidt bij vergroten en verkleinen van het beeld.
![]() |
| Figuur 9 - Negatief gebruikt om een model van te maken voor champlevé werk. |
Voor het werken in de champlevé techniek doet de lijndikte er vaak niet toe. Echter, daar waar kleine lijnen of openingen met émail zullen moeten worden opgevuld kan het kritisch zijn hoeveel ruimte wordt uitgespaard in het model. Zo moesten de antennes van de vlinder (figuur 9, embleem van het Astma Fonds) behoorlijk worden aangedikt om in het uiteindelijke gietsel nog iets bruikbaars over te houden. Het witte gebied langs de antennes zal voor relatief veel strooistraling zorgen, zodat er van de antenne wat minder overblijft. Wordt de vlinder in figuur 9 wit op een zwarte achtergrond uitgevoerd, dan kan de antenne iets dunner worden getekend.
Zwarting
Onbelichte fotopolymeer wordt uitgewassen, de belichte polymeer wordt hard en kan niet meer worden uitgewassen. Daarom moet de voorstelling die u gaat gebruiken om een model van te maken een zwart-wit, gespiegeld negatief zijn; werk uitsluitend met zwart en wit, grijstinten hebben geen zin. Werkt u met een lijntekening, een fotocopie van een voorstelling uit een boek, dan moet deze op de een of andere manier geïnverteerd worden (zie fig. 8 en 9). Bij het zwarten moet voor 100% zwart worden gekozen, zo niet dan wordt de fotopolymeerplaat door de “zwarte” achtergrond van het negatief heen belicht, waardoor de polymeer niet meer goed is uit te wassen.
Afdrukken
Het afdrukken van het negatief kan gebeuren via een laser printer op transparant papier. Wij gebruiken zelf een “ink jet” printer. Daarmee zijn op papier niet voldoende scherpe afdrukken te verkrijgen, want de inkt loopt in de papiervezels uit. Het gaat echter uitstekend op overheadfilm. Bij de Epson Stylus Color 800 gaat het als volgt:
- Kies bijv. Océ InkJet Overheadfilm IJ130 (Art. 99896154).
- Zet printer op Photo Quality Glossy Film
- Resolutie 1440 dpm (anders is de zwarting niet voldoende, te streperig bovendien)
- Stel het afdrukken in op “Black”.
De film is betrekkelijk kostbaar, en de met de Delftse gietmethode te gieten modellen zijn vrij klein. Vandaar dat één film voor meerdere modellen kan worden hergebruikt. Als je echter te zuinig bent en dezelfde film heel vaak door de printer voert, gaat de kwaliteit achteruit. De grijpers geven nl. blijvende afdrukken op de “gevoelige” kant van de film. Wordt direct doorgegaan met het maken van een model, droog dan de inkt even met een haardroger, anders blijft zwart aan de fotopolymeer kleven.

