Enamel

and

Tiffany

Philip Quanjer, Else Quanjer


Fotobewerking per computer


De verschillende stappen

Het bewerken van foto's per computer omvat enkele stappen:

Digitaliseren van het beeld

Voor computerbewerking moet een beeld eerst worden ingescand. Dit kan met een zwart-wit of kleurenscanner gebeuren, waarmee foto-afdrukken en voorstellingen uit boeken kunnen worden ingescand. Voor diapositieven en zwart-wit of kleurnegatieven zijn er aparte scanners.

Een scanner is een instrument waarmee zeer kleine lichtstraaltjes op een beeld kunnen worden gericht. Het teruggekaatste licht wordt opgevangen in een foto-electrische cel en in een stroomsterkte omgezet; deze stroomsterkte kan door een electronisch brein of een computer weer in een signaal worden omgezet. De lichtstraal tast langs lijnen, die met kleine stapjes steeds worden opgeschoven, het hele beeld af. De grootte van de stapjes waarmee de lichtstraal binnen een lijn wordt verplaatst, en de afstand tussen opeenvolgende lijnen, bepaalt in hoeveel puntjes per cm (de liniatuur) het beeld wordt opgedeeld. Een gangbare liniatuur van scanners voor amateurs is 300x300 dpi (dots per inch), waarbij soms door interpolatie tussen punten de liniatuur kunstmatig wordt opgedreven. Een beschouwing over technische aspecten van het inscannen is hier niet op zijn plaats.

In het algemeen verdient het aanbeveling de gescande beelden met zoveel mogelijk informatie op te bergen:

Top pagina

Bewerken van de digitale afbeelding

Het bewerken heeft tot doel te komen tot een beeld dat voldoende kenmerkende details of lijnen heeft om het oorspronkelijke beeld te herkennen, en tevens niet zo gedetailleerd dat het onmogelijk wordt dit in het gegoten beeld over te brengen. In het uiteindelijke resultaat beschikken we uitsluitend over een zwart-wit voorstelling. De bewerking moet er dus toe leiden dat selectief het grootste deel van de oorspronkelijke beeldinformatie wordt weggelaten, zoals o.m. over kleur. Dit betekent, dat u een idee moet hebben wat u uiteindelijk wilt bereiken; het vereist creativiteit om de essentie van het beeld over te houden. Verder de vaardigheid om per computer beelden te bewerken. Er zijn wel een paar algemene richtlijnen te geven:

• Zeker als dunne plaatjes moeten worden gegoten met bijv. de Delftse Gietmethode® is het noodzakelijk dat de voorstelling klein is, zeg 4x4 cm; het gieten van grotere plaatjes zonder professionele apparatuur is moeilijker.

• Begin met de gewenste uitsnede uit het oorspronkelijke beeld te maken. Corrigeer zo nodig de kleur- en toonwaarden, en berg dit beeld op. Als u allerlei bewerkingen hebt uitgevoerd die niet tot een bevredigend resultaat leidden, kunt u altijd op dit uitgangsbeeld terugvallen. Het is een kwestie van persoonlijke voorkeur of u kleurenbeelden reeds nu als zwart-wit beelden opslaat.

• Als u de ingescande foto in een schaalbare (vectoriële) vorm wilt omzetten door hem over te tekenen en er een beeld opgebouwd uit lijnen en vlakken van gaat maken, werk dan vanaf het oorspronkelijke beeld. Vectoriële beelden kunnen immers zonder verlies van detail op elke tijdstip worden vergroot of verkleind; dit komt omdat de lijnen die u tekent in wiskundige formules worden omgezet, zodat ze op elke maat geschaald kunnen worden. Wilt u echter het puntraster op het scherm bewerken, verklein dan al heel vroeg naar de gewenste grootte en voer alle bewerkingen vervolgens uit op het formaat van de uiteindelijke afbeelding.

• Het beeld na alle bewerkingen ziet er op het scherm des te realistischer uit naarmate het meer detail (meer puntjes, pixels) bevat. Echter, die grote detailrijkdom gaat deels verloren bij het overbrengen naar het model (fotopolymeerplaat), terwijl er vervolgens nog meer detail verloren gaat bij het maken van een afdruk in gietaarde, en vervolgens weer bij het gieten, en tenslotte bij de nabewerking van het gietsel. De kunst is zo sterk te reduceren dat het beeld zowel goed gietbaar is als de essentie van de voorstelling weergeeft.

• In tegenstelling tot het hierboven beschreven fotografische rasterprocédé, waar zwarte punten meestal worden gescheiden door een witzone, wordt bij het vormen van een zwart-wit puntraster elk puntje in wit of zwart omgezet. Zeer donkere of zwarte vlakken lopen daarom snel dicht, hetgeen vaak een doods effect geeft. In heel lichte vlakken worden vrijwel geen zwarte puntjes geplaatst, zodat deze optisch leeg worden. Houd er bij de keuze van afbeeldingen reeds rekening mee. De (gerasterde figuren) van figuur 6 zijn met uitzondering van de derde afbeelding niet via het gietproces op zilver over te brengen. Bij het puntraster 40 dpi is er verlies van detail, doordat zwarte punten in elkaar overlopen, en het grote aantal zwarte puntjes leidt tot een grauw beeld.

• Om bovenstaande reden is het aan te bevelen naar sterke zwartwitcontrasten toe te werken om een zo grafisch mogelijk effect te bereiken. Voorkom kleine zwarte puntjes in een wit vlak (of witte puntjes in een zwart vlak), zij geven de indruk van een verontreiniging. Bestudeer daarom kritisch de gevormde afbeelding op papier en werk vervolgens via een retoucheerfunctie storende zaken weg alvorens het beeld te gaan gieten.

Om inzicht te geven in de soorten manipulaties die dienen te worden uitgevoerd volgt hier een voorbeeld. In dit voorbeeld leidde een klein aantal manipulaties al snel tot een bevredigend resultaat, vaak moet er veel meer worden gedaan en van veel meer verschillende filterfuncties en correctiemogelijkheden gebruik worden gemaakt.

Top pagina

Voorbeeld van een digitale bewerking

Met een kleurenscanner werd een kleurenfoto ingelezen. Er zijn vervolgens veel wegen die naar Rome leiden, het kan ook heel anders dan in dit voorbeeld wordt gedaan. Met het programma Adobe® Photoshop® (Engelse versie) werden de volgende bewerkingen uitgevoerd:

• Kleurcorrectie (niet getoond)

Oorspronkelijke foto

1. Omzetting naar grijstinten en vervolgens met toverstaf, lassogereedschap en pengereedschap wegwerken van de achtergrond, zodat het portret tegen een witte achtergrond uitkomt. Overigens kan in Photoshop versie 6 het isoleren van een onderdeel van een foto ten opzichte van ongewenste achtergrond gemakkelijker gebeuren door gebruik te maken van 'Extract'.

Contrast in strik verhogen

2. Met lassogereedschap omgeving van 1 strik isoleren, via “Image”, “Levels”, “Autoselect” aanpassen van het contrast.

Contrast in tweede strik verhogen

3. Met lassogereedschap omgeving van 2 strik isoleren, via “Image”, “Levels”, “Autoselect” aanpassen van het contrast.

Aanscherpen van het beeld

4. “Filter”, “Unsharp mask”, ingesteld op “Amount” 500%, “Radius” 3 pixels, “Threshold” 0 pixels.

Omzetten naar zwart-wit

5. "Image", "Adjust", "Threshold" 108.

Er is een beeld ontstaan dat uitsluitend zwart en wit (hier vervangen door gekleurde achtergrond, omdat wit te fel contrasteert op het beeldscherm) bevat en goed kan worden gereproduceerd in een gietsel. Dit beeld kan nog verder worden bewerkt, waarbij zwarte stipjes worden verwijderd, lijnen (bijv. het cirkelsegment onderin) worden doorgetrokken, etc. Bij het retoucheren moet er aan worden gedacht, dat de allerfijnste details niet in het uiteindelijke gietsel over zullen komen. Hoeveel er kan worden geproduceerd hangt af van:

• de kwaliteit van de printeruitvoer op papier of overhead film
• de mate waarin dit beeld kan worden overgebracht op de fotopolymeer
• hoe goed het detail bewaard blijft bij het uitwassen van de fotopolymeer
• het detail waarmee het beeld in de gietaarde kan worden overgebracht
• de bedrevenheid in het gieten
• de nabewerking van het gietsel.

Het is niet te verwachten dat een lijn van minder dan 2 pixels op het beeldscherm nog in het gietsel is terug te vinden. Het is verstandig om de grenzen van uw eigen kunnen in kaart te brengen, en door optimalisatie van elke bovenstaande stap, het uiterste uit de techniek te halen. Dit kunt u doen door “proefstrookjes” te maken waarbij groepjes lijnen van 2, 3, 4 etc. pixels worden getrokken en na te gaan wat daarvan in elke stap (de afdruk, de fotopolymeer en het uiteindelijke gietsel) terecht komt. Kijk hoe u elke tussenstap kunt verbeteren, noteer de verbeteringen zodat u steeds kunt terugvinden wat uw zwakke punten waren. Varieer de afstanden tussen de lijnen en zie hoe dit het resultaat beïnvloedt. Doe dit evt. ook met punten van verschillende grootte.

Top pagina | Contact | Meld een fout | ©Else C. Quanjer-Meijerink